|
De hardnekkige houdbaarheid van en columnSommige columns hebben een hardnekkige houdbaarheid. Zo ook het onderstaande dat geschreven werd, toen de Deense cartoonist Kurt Westergaard in 2005 het waagde om een spotprent te maken van een als profeet bekend staande personage dat afgedrukt werd in het blad Jyllands Posten. In januari dit jaar probeerde een Somalisch heerschap in de leeftijd van 27 Westergaard met een bijl van het leven te beroven, een aanslag die op het laatste moment door de politie verijdeld kon worden. De Zweedse cartoonist Lars Vilks tekende in 2007 eveneens een spotprent over deze als profeet bekend staande personage door deze af te beelden als een in Nederland regulier voorkomend huisdier. Het kwam hem tijdens een lezing op de Universiteit van Uppsala op een kopstoot te staan van aanhangers van deze als profeet bekend staande personage. Ook probeerde men in de nacht van 14 en 15 mei dit jaar Vilks’ huis in de brand te steken. Er zijn subtielere manieren van overtuigen, maar dit terzijde. De makers van de Amerikaanse animatie Southpark waagden het om deze als profeet bekend staande personage (wiens naam ik wederom niet zal noemen om bepaalde bevolkingsgroepen niet te kwetsen daar ik iedere geloofsovertuiging van wie dan ook diep respecteer) af te beelden in een berenvel. De bedreigingen waren dermate serieus dat de makers van Southpark de gewraakte scene uit de serie knipten. Ondertussen waren in de landen, waar het enthousiasme voor deze als profeet bekend staande personage groot tot zeer groot is, de tamelijk rudimentaire spotprenten richting westerse democratieën niet aan te slepen. Maar dit terzijde In 2005 schreef ik over de nu 74 jarige Kurt Westergaard, die ondertussen zijn tekenpen aan de wilgen heeft gehangen, een column in Haags Straatnieuws. Columns hebben doorgaans een korte levensduur vanwege het hoge actualiteitsgehalte. Maar sommige columns gaan helaas opmerkelijk lang mee. Tussen de (koptelefoon)oren. We schrijven 1965. De conjunctuur schoot komeethoog, de sexuele revolutie knetterde kortgerokt achterop tweetaktbrommertjes door de straten (zonder de verbale tussenkomst van een bepaalde bevolkingsgroep van Noord Afrikaanse komaf die vanonder hun zwarte vloertegeltjes hoofdhaar ‘hoeren, hoeren’ scanderen) en zo langzaamaan werd het volksvervoersmiddel, de Solex, vervangen door de eerste VW Kevertjes, en Opel A Kadett. En op een zolderkamertje aan de Haagse Soestdijksekade soldeerde ondergetekende als 10 jarige zijn eerste radiootje in elkaar. Om al luisterend naar de illegale Radio Veronica en Radio Luxemburgklanken weg te dromen bij de pocketboeken van geheim agent Biggles en de dunne boekjes van Kapitein Rob die kalm pijprokend het hoofd wist te bieden aan talloze levensgevaarlijke avonturen in vreemde verre Arabische en Aziatische landen. Naast het lezen van dergelijke lectuur beantwoordde het Jongens Radio Boek Deel 1 t/m 3 aan een geheel andere behoefte. Doordat de middengolf voor mij, verwoed knutselaar aan zelfbouwradiootjes, inmiddels geen geheimen meer had, zocht ik naar schema`s van kortegolfontvangers waarmee ik de hele wereld kon vangen in mijn koptelefoon. Inclusief de gebieden waar Biggles zich in- en uit de nesten werkte en waar kapitein Rob voor anker ging voor wéér een nieuw avontuur met kalief-achtige persionages en andere wonderlijke Arabische figuren. De korte golf werd ‘mijn beloofde land’. Na veel sparen en solderen was het moment daar. Mijn eigen kortegolf ontvangertje, voorzien van een zuinig radiobuisje (de EF 98, inderdaad niet de minste), vier spoelen, drie afstemknoppen, nog een zooitje ongeregeld in de categorie weerstanden, condensatoren en trafo`s, ‘n koptelefoon en `n 90 voltsbatterij die een godsvermogen kostte. Het kleine radiobuisje gloeide op en verdomd, het ontvangtoestelletje werkte. In mijn koptelefoon opeens wonderlijke Arabische klanken. Voor westerse oren wat jengelende muziek en stemmen die onverstaanbare keelklankrijke teksten oreerden. Al luisterend doemde het romantische beeld op van minaretten, kaliefs met paleizen vol buikdansende gesluierde vrouwen, kleurrijke mozaïeken in gebedshuizen, een bloedrood koralen zon die onderging en die in de avonduren de smalle straatjes van Arabische steden roodachtig verlichtten terwijl Moslimmannen met kromzwaarden onder de riem hunner wijde broeken gestoken zich huiswaarts spoeden alwaar hun gesluierde, en juist vanwege die sluiers onbestemde verlangens oproepende, ega`s op hen wachten met een exotisch avondmaal, waarna de duizend en één huwelijksnachten een aanvang konden nemen. De auditieve kortegolfwereld ontvouwde tussen mijn koptelefoonoren in mijn zolderkamertje aldus een fascinerend beeld van de Arabische wereld. Dát was toen. Veertig jaar vóór de cartoons.
Geplaatst op: Maandag 17 mei 2010 om 09:33 uur
|
38827
bezoekers |