|
bankrovers toen en nu
Het gedoe rond de crisis van nerveuze beurzen, allerlei financiële zaken met afkortingen die kelderen, plus een zooitje Zuid Europese schurkenstaten die de boel tillen, doet mij terugdenken aan mijn ome Cor.
We schrijven ergens begin jaren zestig. Ome Cor die familiair gezien vanuit de aanvliegroute van mijn moeder kwam, was zijn leven lang kleermaker. Een zelfstandig ondernemer die op het Irisplein zijn bedrijf aan huis had. In het achterkamertje, waar hij dag in dag uit werkte achter zijn gietijzeren SINGER naaimachine van industrie-kwaliteit, genereerde ome Cor een bescheiden pruttelend, maar wel een constant pruttelend inkomen. Kantelpunt En toen kwam dat kantelpunt in die jaren zestig. In eerste instantie nog de jaren van distributieradio, oneindige zomers en bij strenge winters bloemen op de ramen en rijp op het beddensprei, wat het beddengoed de hardheid van 3 millimeter triplex gaf. Als je opstond kon je bij wijze van spreke het beddensprei als een plank tegen de muur parkeren. Maar meer en meer bepaalde de hoogconjunctuur het straatbeeld. Dat laatste werd ook zichtbaar op het Irisplein. De sobere Berini M21 bromfietsen, de Solexen en de Stokvis/RAP-buikschuivers werden langzaamaan vervangen door vierwielige vervoerscollega’s zoals daar waren de Opel A Kadett, Morris Minor, Austin, Vauxhall, Sunbeam en Volkswagen Kever. Brilkever De buren van mijn ome Cor hadden haast en sloten leningen af om hun vierwielige trots te kunnen betalen. Zo niet mijn ome Cor. Die begon met zijn vijf jaren project. Vijf jaar lang iedere maand een bescheiden bedragje opzij leggen op een al even voorzichtige spaarrekening. Nee, ome Cor was een gedegen kleermaker en niet het prototype van een snelle flitkapitaal-puber. Voorzichtig dan breekt het lijntje niet en alle kleine beetjes helpen was het tegeltjeswijsheid-kompas waarop ome Cor financieel voer. Na vijf jaar het resultaat op het Irisplein: een fonkelnieuwe kolenkitzwarte Volkswagen Kever met het gespleten achterruitje en om die reden ook wel de brilkever genoemd. Een driespakig stuurwiel voor die ene sobere snelheidsmeter, de kloeke versnellingspook die parmantig uit de bodemplaat stak, een zes volts installatie aan boord waardoor de koplampen de lichtopbrengst hadden van twee gloeiende kopspijkers en een richtingaanwijzer dat bestond uit een grappig orange lichtpijltje dat vanuit de portierstijl eigenwijs naar buiten klappend de voorgenomen koers aangaf. Iedere keer als ome Cor de luchtgekoelde boxermotor startte en het Irisplein aftufte gaf hij de banken het nakijken. Het leek dan of de brilkever even knipoogde. Gloeiende argwaan De bron van het vijfjarenproject was een simpele rekensom. Ome Cor wenste namelijk niet het driedubbele uit te geven voor zijn brilkever want geld lenen kostte ook toen al geld. Mijn oom Lowie, broer van mijn vader, was ook kleermaker op een bovenwoning in de Kepplerstraat. Of het aan het ambacht ligt of niet, ik weet het niet, maar mijn ome Lowie had een gloeiende argwaan tegen banken en verzekeringsmaatschappijen. Zo was er een keer een conversatie tussen oom Lowie en mijn vader. Die laatste was wat voorzichtig en had een brand- en inboedelverzekering afgesloten om na mogelijke rampspoed het gezin, groot 9 kinderen, van een zekere en snelle materiële doorstart te kunnen… tja eh verzekeren. Die brand en inboedelpolis kon rekenen op hoongelag van ome Lowie “Jij bent gek, Jan,” was zo’n hoekige zinsnede uit oom Lowie’s opinie. “Is het je wel eens opgevallen in wat voor gebouwen die banken en verzekeringen zitten? Die zijn groot en luxe, hoor. Dus ik heb het vermoeden dat daar heel veel geld naar binnen gaat en dat er aan schade-uitkeringen verdomd weinig uitgaat.” Niet doen Tot slot mijn vader. Vlak voor zijn dood in 1969 gaf hij mij als 14 jarige nog een gouden financiële tip. “Jongen, ik ben geen financieel deskundige, maar één ding weet ik wel: leen nooit. Heb ik ook nooit gedaan want als je leent, dan hebben ze de macht over je. En die gaan ze gebruiken ook. En nog iets: niemand behalve je vader en je moeder wil jou rijk maken. Dus als ‘ze’ aankomen met een aanbod waar jij, volgens hen, rijk van gaat worden: niet doen. Want als dat werkelijk zo zou zijn hadden ze jou dat nooit verteld.” Oude theorieën van 50 jaar terug. Ze ogen anno 2011 een beetje sleets. Maar blijken opmerkelijk crisisbestendig. Zeker in dit tijdsgewricht waarin de aloude bankrover die met een hoop geblèr en een revolver staat te zwaaien bij de balie, meer en meer vervangen is door de moderne bankrover die bij de bank zelf op de loonlijst staat en niet zelden een vooraanstaande positie bekleedt.
Geplaatst op: Donderdag 13 oktober 2011 om 17:23 uur
Er zijn 7 reacties:
|
40029
bezoekers |
||||||||||||||||||||||||||||